Alle dagen heel druk – Mogelijkheden bij ADHD

Ongeconcentreerd, impulsief en hyperactief gedrag, oftewel ADHD, is een complexe aandoening met zeer diverse symptomen. Volgens de officiële definitie bestaan er drie subtypen, het hyperactief-impulsieve type, het onoplettende type en een gecombineerde vorm. De diagnose wordt gesteld door een arts en gebeurt op basis van een lijst met symptomen en diverse vragenlijsten die beantwoord worden door het kind en de ouders. Wat volgt is een behandeling die gericht is op symptoombestrijding door middel van gedragstherapie in combinatie met medicatie. 1

Er heerst een grote controverse rondom het gebruik van de gebruikte medicatie, methylfenidaat (Ritalin en Concerta) en dexamfetamine, omdat langetermijneffecten van het gebruik onduidelijk zijn en er soms ernstige bijwerkingen optreden. Het is niet gek dat ouders op zoek gaan naar alternatieve therapieën. In dit artikel zal ik dieper ingaan op de verschillende factoren en lichaamssystemen die een rol spelen bij (het ontstaan van) ADHD en op welke manieren je een kind met ADHD kunt ondersteunen.

ADHD niet bagatelliseren

Kinderen en jongeren met ADHD kunnen maar moeilijk stilzitten en hebben soms moeite om zich te concentreren. Dit kan zorgen voor problemen in het dagelijks leven, bijvoorbeeld op school, bij het maken van huiswerk of het spelen met vriendjes. Ondanks dat we ons kunnen afvragen of de drang naar avontuur en een groot enthousiasme niet onnodig gemedicaliseerd wordt, mag ADHD niet gebagatelliseerd worden. Er is een grote hoeveelheid onderzoek gedaan dat wel degelijk veranderingen in de hersenen laat zien. Met name het dopaminesysteem in de hersenen, dat ook wel ons beloningssysteem wordt genoemd, werkt anders bij kinderen met ADHD. Ze hebben sterkere prikkels nodig om een voldaan gevoel te krijgen en gaan actief naar op zoek naar prikkels. ADHD gaat mogelijk daardoor vaker gepaard met agressief gedrag en een verhoogd (recreatief) drugsgebruik op latere leeftijd.

Controverse rondom medicatie

De werking van de voorgeschreven medicatie (met name methylfenidaat) berust op het beïnvloeden van het dopaminesysteem. Het stimuleert gedeelten van de hersenen. Gebruik van het medicijn verbetert op korte termijn de symptomen van ADHD bij 70 tot 80 procent van de gebruikers. Ongeveer een derde van de gebruikers krijgt echter last van bijwerkingen. Genoemde bijwerkingen zijn slapeloosheid, neerslachtigheid, groeivertraging en een verminderde eetlust. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor hart- en vaatproblemen en een verhoogde kans op suïcide.2

Deskundigen zijn het niet eens over de effecten van het middel op de lange termijn. In het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam is hiernaar onderzoek gedaan. In 2017 publiceerden de onderzoekers hun bevindingen. Hieruit blijkt dat kinderen die begonnen met methylfenidaat toen ze jonger dan 16 jaar waren, op latere leeftijd een verhoogde kans hebben op depressiviteit. Daartegenover staat dan ze minder drugs gebruikten op latere leeftijd dan kinderen die nooit medicatie gebruikten of pas begonnen na hun 23ste. Mensen die nooit medicatie hadden gebruikt, hadden beduidend ernstigere ADHD-symptomen. De controverse rondom medicatie blijft bestaan en het blijft onduidelijk of medicatie zinvol is en hoe het middel eventueel op een veilige manier gebruikt zou kunnen worden.3

Het immuunsysteem

Er zijn verschillende risicofactoren aanwijsbaar die het ontstaan van ADHD in de hand werken. Omgevingsfactoren zoals luchtvervuiling, blootstelling aan chemicaliën en zware metalen en het roken van de moeder tijdens de zwangerschap vergroten de kans op ADHD. Daarnaast speelt erfelijkheid een grote rol. Helaas blijken de betrokken genen maar moeilijk aanwijsbaar, wat kan komen door de complexiteit van de aandoening. Door de grote interesse in de link tussen de hersenen en de darmen (de hersen-darm-as) is duidelijk geworden dat ook de darmflora van invloed is op de ontwikkeling van ADHD.4

Er zijn verschillende immuunreacties gevonden die plaatsvinden, zowel tijdens de zwangerschap als in het vroege leven van het kind met ADHD (de eerste 1000 dagen van het leven). Kinderen met ADHD hebben in hun eerste levensjaren al geregeld last van een allergie. Met name koemelkallergie, huisstofmijt en pollen komt vaak voor. Er hoeft niet altijd sprake te zijn van een klassieke allergie, soms blijken kinderen intolerant te zijn voor verschillende voedingsmiddelen. ADHD gaat verder vaak samen met eczeem of astma. Dit duidt op een belangrijke rol van het immuunsysteem dat in de darmen afgesteld wordt tijdens de eerste fase van het leven.5,6

De hersen-darm-as

In verschillende studies is gevonden dat stress tijdens de laatste periode van de zwangerschap kan leiden tot een veranderde darmflora bij het kind. De darmflora van de kinderen van gestreste moeders bevat minder gunstige lactobacillen en bifidobacteriën. Daarnaast zijn deze kinderen op vroege leeftijd blootgesteld aan het stresshormoon cortisol. Hierdoor zijn ze gevoeliger geworden voor stress, wat terug te zien is in hun gedrag. Deze kinderen worden gekarakteriseerd als ‘prikkelbaar’ en hebben vaker last van angsten en depressie.7

Er zijn in het kader van ADHD verschillende mechanismen voorgesteld waarop de darmflora invloed kan hebben op de hersenontwikkeling en de hersenfunctie. De darmflora kan via het immuunsysteem signalen doorgeven aan de hersenen. Daarnaast kan de darmflora stoffen produceren die direct de hersenen kunnen bereiken. Ook kunnen darmbacteriën zenuwen in de buik stimuleren, die signalen doorgeven aan de hersenen. Als laatste kunnen onze darmbewoners de stressreactie beïnvloeden, waardoor cortisol vrijkomt dat een ongunstige invloed heeft op de hersenontwikkeling.4

Probiotica bij ADHD?

Omdat de darmflora zo een directe invloed lijkt te hebben op de hersenen, ligt het voor de hand om de mogelijkheden van probiotica bij ADHD te bekijken. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan die laten zien dat het gebruik van probiotica mogelijk zinvol kan zijn. Echter, omdat de aandoening complex is en door verschillende factoren veroorzaakt wordt, zijn ze niet altijd werkzaam. Mogelijk kan een ontlastingsonderzoek meer sturing geven aan het gebruik van probiotica. Een studie laat bijvoorbeeld zien dat het gebruik van een probioticum met bifidobacteriën gedrag kan verbeteren. Bij een aantoonbaar tekort aan bifidobacteriën in de darmen zou probiotica daarom een effect kunnen hebben.4

Een ander onderzoek toont aan dat het gebruik van Lactobacillus rhamnosus GG (LGG) in de eerste 6 maanden van het leven, de ontwikkeling van ADHD kan voorkomen.8 Ook in dit onderzoek zagen de wetenschappers een verminderde hoeveelheid bifidobacteriën in de darmen van kinderen die op latere leeftijd ADHD ontwikkelden. Op latere leeftijd werden de verschillen in de samenstelling van de darmflora tussen kinderen met en zonder ADHD alleen maar groter, waarna alle verschillen op 13-jarige leeftijd weer volledig verdwenen waren. Dit geeft aan dat er een kritiekpunt is waarop de darmflora een grotere impact heeft op het immuunsysteem en de hersenen.

Hoe eerder de probiotica gebruikt worden, hoe groter de kans is op een effect. Zodra de darmflora en het immuunsysteem afgesteld zijn rond het tweede jaar, is het moeilijker om een groter effect te bereiken. Een andere belangrijke factor waarmee de groei van bifidobacteriën gestimuleerd kan worden, is het geven van borstvoeding. Moedermelk is verreweg de beste voedingsbron voor deze gunstige bacteriën.

Diëten, hoe goed werken die?

Professor Huub Savelkoul van de Wageningen Universiteit & Research heeft samen met doctor Lidy Pelsser onderzoek gedaan naar de rol van de afweer en voeding bij ADHD. Zij stellen dat voeding een belangrijke rol speelt in de ernst van ADHD-klachten. Hier kan zowel een allergie als een voedselovergevoeligheid aan ten grondslag liggen.6 In een studie die in 2011 gepubliceerd is, toonden zij aan dat het gebruik van een strikt eliminatiedieet bij kinderen ADHD-symptomen kan verminderen. Gedurende 5 weken aten en dronken de kinderen alleen rijst, vlees, groenten, peer en water. Bij 64 procent van de kinderen waren de klachten aanzienlijk verbeterd na 5 weken.9

Het spreekt voor zich dat dit dieet niet langdurig gevolgd kan worden en dat het een uitdaging is om het dieet 5 weken vol te houden. Het is daarom aan te bevelen om dit dieet alleen te volgen onder begeleiding van een deskundige. Pelsser heeft in de loop van de jaren het dieet verder geoptimaliseerd en biedt dit nu aan in Eindhoven in haar Pelsser RED-centrum. Meer informatie kun je vinden op de website www.adhdenvoeding.nl

Er bestaan vele verschillende diëten die claimen werkzaam te zijn bij ADHD. Veelgenoemde diëten zijn het Feingold-dieet, een dieet zonder kunstmatige kleurstoffen, glutenvrij en caseïnevrij (of zuivelvrij). De wetenschappelijke onderbouwing voor deze diëten is echter niet altijd even sterk.

Southampton Six

In 2007 publiceerden wetenschappers van de universiteit van Southampton een onderzoek dat aantoonde dat de synthetische kleurstoffen tartrazine (E102), chinolinegeel (E104), zonnegeel (E110), karmozijn (E122), ponceau 4R (E124) en allurarood (E129), ook wel ‘de Southampton Six’ genoemd, hyperactief gedrag bevorderen. Er is echter vanuit de wetenschappelijke wereld veel kritiek geweest op deze studie. Vreemd genoeg is er sinds die tijd maar weinig vervolgonderzoek gedaan, wat betekent dat het onzeker blijft of deze synthetische kleurstoffen echt invloed hebben op gedrag. Hoogleraar Voeding en Gezondheid, Jaap Seidell, geeft aan dat naar schatting 8 procent van de kinderen met ADHD symptomen heeft die in verband gebracht kunnen worden met synthetische kleurstoffen.10 Het elimineren van deze stoffen lijkt dus het proberen waard.

Eliminatie dieet

Overige diëten laten beduidend minder overtuigende resultaten zien. Het meest bekende dieet bij ADHD, het Feingold dieet, elimineert niet alleen synthetische kleurstoffen, maar laat veel breder stoffen weg uit de voeding. Dit laat echter geen duidelijke meerwaarde zien ten opzichte van synthetische kleurstoffen alleen. Een grote analyse van de effecten van de verschillende diëten uitgevoerd door wetenschappers van de Universiteit Leiden en de Radboud Universiteit, geeft aan dat de effecten onderhevig zijn aan veel factoren. Als kinderen naast ADHD tevens last hebben van darmklachten, zou het glutenvrije en caseïnevrije dieet kunnen werken.11

Verder is het belangrijk om je te realiseren dat alle genoemde diëten niet bedoeld zijn voor langdurig gebruik, omdat de voedingspatronen niet volwaardig zijn. Langdurig gebruik kan resulteren in een tekort aan essentiële voedingsstoffen, waaronder vitaminen, mineralen en vezels. Ze dienen enkel toegepast te worden onder begeleiding van een deskundige, zodat er bekeken kan worden waar het kind daadwerkelijk last van heeft. Vervolgens kan op basis van deze gegevens een persoonlijk voedingsplan opgesteld worden.

Tekort aan voedingsstoffen

Waar de diëten zich met name richten op het uitsluiten van voedingsmiddelen, kan ADHD ook vanuit een andere invalshoek benaderd worden. Verschillende studies laten namelijk zien dat een tekort aan nutriënten een rol kan spelen bij ADHD-klachten. Belangrijke voedingsstoffen die genoemd worden, zijn de essentiële omega-3 en omega-6 vetzuren, ijzer, zink en magnesium.

Met name het omega 3-vetzuur DHA is belangrijk voor de opbouw van hersenweefsel. Er zijn aanwijzingen dat kinderen met ADHD een tekort hebben aan dit vetzuur en dat de omega 3/omega 6 balans is verstoord. Een studie liet zien dat een supplement met omega 3-vetzuren de vetzuurbalans kan herstellen en de beschikbaarheid van DHA in de hersenen kan verhogen.5 Omega 3 supplementen worden in verschillende vormen aangeboden. Een supplement uit krillolie lijkt effectiever te zijn dan een supplement met visolie.12

Van ijzer, magnesium en zink zijn er studies die aantonen dat een tekort aan deze nutriënten onder kinderen met ADHD geregeld voorkomt. Er werd tevens onderzocht of suppletie met de nutriënten een verbetering van de klachten laat zien. De studies zijn echter van matige kwaliteit en dit maakt het moeilijk om goede conclusies te trekken.13 Toch loont het de moeite om deze tekorten op te heffen met gerichte suppletie. Ook als het geen directe effecten blijkt te hebben op de ADHD-klachten, zal het toch de algehele gezondheid ten goede komen. Wat betreft de doseringen voor de nutriënten kan ik je niet direct een advies geven. De doseringen zijn namelijk afhankelijk van de leeftijd van het kind.

Referenties

  1. NHG-Standaard ADHD bij kinderen
  2. Methylfenidaat – Farmacotherapeutisch Kompas
  3. Brain Imaging Behav. 2018 Apr;12(2):402-410
  4. Eur Child Adolesc Psychiatry. 2017 Sep;26(9):1081-1092
  5. Pediatr Allergy Immunol. 2014 May;25(3):218-26
  6. Pediatr Allergy Immunol. 2009 Mar;20(2):107-12
  7. Semin Fetal Neonatal Med. 2016 Dec;21(6):410-417
  8. Pediatr Res. 2015 Jun;77(6):823-8
  9. Lancet. 2011 Feb 5;377(9764):494-503
  10. Seidell J, Halberstadt J. Jongleren met voeding.
  11. Eur Child Adolesc Psychiatry. 2017 Sep;26(9):1067-1079
  12. Altern Med Rev. 2007 Sep;12(3):207-27
  13. Pediatr Clin North Am. 2007 Dec;54(6):983-1006; xii

Dit artikel is verschenen in het tijdschrift Medisch Dossier

Je kind leren eten volgens Rapley. Hoe doe je dat?


In het artikel over de eerste 1000 dagen van het leven heb ik uitgebreid stilgestaan bij de ontwikkeling van de darmen en darmflora van een baby. Hierin gaf ik ook aan dat een goede methode om voedsel te introduceren de Rapley methode is. Maar hoe pak je dat eigenlijk aan, spelenderwijs voedsel introduceren volgens Rapley?

DE BASISREGELS VOLGENS RAPLEY

De Rapley methode kan gebruikt worden tijdens de eerste 1000-dagenOnderzoekster Gill Rapley vond dat baby’s vanaf 6 maanden prima in staat zijn om zelf aan te geven wat en hoeveel ze eten, mits ze in de gelegenheid worden gesteld. Door het eten in de originele vorm aan te bieden (dus ongeprakt en niet gepureerd), kan het kindje spelenderwijs leren om met eten om te gaan. Er zijn wel een aantal ‘regels’ die je moet naleven bij het volgen van deze methode.

Allereerst is het belangrijk om het kind nooit alleen te laten met voedsel. Zeker jonge kinderen kunnen zich makkelijk verslikken in stukjes eten. Ondanks dat dit er vaak erger uitziet dan het is, moet je natuurlijk wel de noodzakelijke hulp kunnen bieden mocht er een stukje voeding vast komen te zitten. Bovendien zorgt het samen eten ervoor dat de baby je kan na-apen.

Zorg ook altijd dat het kindje rechtop zit tijdens het eten, dit verkleint de kans op verslikken. Laat het kind altijd zelf het voedsel in zijn/haar mond steken en dring voedsel niet op. Ook dit verkleint de kans op verslikken, omdat het kindje zelf de controle heeft.

Duw rondvormige voeding zoals bonen en (kikker)erwten voor het aanbieden een beetje plat, zodat deze niet de luchtpijp kunnen afsluiten mocht het kindje zich verslikken en snijdt om deze reden klein, rond fruit zoals druiven in de lengte doormidden.

Zorg dat je goed weet wat je moet doen als je kind zich toch verslikt. Voor een duidelijke instructievideo, zie hier.

Kinderen die via de Rapley methode leren eten, worden door hun ouders omschreven als ‘makkelijke eters’.

Read more

Wat als je kindje antibiotica nodig heeft?

Het gebruik van antibiotica heeft invloed op de ontwikkeling van de darmflora. Toch is een kuur met antibiotica niet altijd te voorkomen. Wat kun je doen om je kindje te ondersteunen als hij onverhoopt de medicijnen nodig heeft?

Gelukkig worden Europees gezien, antibiotica in Nederland het minst verstrekt. 25 procent van de kinderen tot 5 jaar heeft echter al één of meerdere keren een antibioticakuur gekregen. In veel gevallen gaat het dan om gebruik bij een (midden)oorontsteking, keelontsteking of bronchitis.1

Ondanks dat het soms noodzakelijk kan zijn om antibiotica te gebruiken, kan het invloed hebben op de ontwikkeling van de darmflora. Er is een trend te zien waarin kinderen die op jonge leeftijd antibiotica krijgen, op latere leeftijd vaker last hebben van overgewicht, hooikoorts, astma en/of eczeem.2 Soms is het onvermijdelijk dat een kind antibiotica nodig heeft. Je kunt dan een aantal dingen doen om de darmflora en de weerstand van de baby te ondersteunen.

Gebruik tijdens de antibioticakuur al probiotica speciaal voor jonge kinderen.

Wat te doen bij antibiotica

  • Gebruik tijdens en tot 2 weken na de antibioticakuur een probioticum speciaal voor baby’s en jonge kinderen. Geef het probioticum 2 uur vóór of ná het antibioticum. Het probioticum kan toegevoegd worden aan flesvoeding (afgekolfde melk of kunstvoeding) of je smeert het probioticum op de tepel als je borstvoeding geeft.
  • Zorg ervoor dat het kindje voldoende vitamine D binnenkrijgt. De aanbeveling is 10 microgram per dag. Ter ondersteuning van de weerstand is een dosering tussen de 15 en 20 microgram beter. De maximale, veilige dosering voor kinderen tot 1 jaar is 25 microgram per dag.
  • Ter ondersteuning van het immuunsysteem kan ook aanvullend vitamine C worden geven. Het Voedingscentrum geeft aan dat kinderen tussen de 20 (tot 1 jaar) en 25 (tot 2 jaar) mg vitamine C per dag nodig hebben. Tijdens ziekte kan de behoefte echter verhoogd zijn. Kies voor een supplement in poedervorm met een niet-zure vorm van vitamine C. De dosering is afhankelijk van de leeftijd van het kind en het voedingspatroon. Laat je hierover dus adviseren door een deskundige.