De eerste 1000 dagen van het leven

De basis voor een gezond leven wordt gelegd tijdens de eerste 1000 dagen. Tijdens deze periode loopt als rode draad de ontwikkeling van een gezonde darmflora, het groeien van jouw ouderinstinct, het creëren van een liefdevol nest en het beperken van ongunstige invloeden van buitenaf.

In geen enkele andere periode in het leven viert je kind zoveel mijlpalen als tijdens de eerste 1000 dagen van het leven. In razend tempo wordt in 9 maanden een nieuw mensje gevormd en in de eerste twee jaar na de geboorte leert je baby eten, lopen, praten en hecht jouw kind zich. Hij groeit uit tot een peuter en dat alles in een relatief korte periode. Je begrijpt (natuurlijk) wel dat veel van deze processen maar een keer kunnen plaatsvinden. De groei van een orgaan kan je kind niet even overdoen. Je hebt dus maar één mogelijkheid om het goed te doen. Dit is spannend, maar vertrouw op je ouderinstinct. Jij weet als geen ander wat je kind nodig heeft.

De zwangerschap

De eerste 1000 dagen van het leven worden steeds meer erkend als een kritieke periode voor de ontwikkeling van een kind. Er wordt tijdens deze periode een blauwdruk gelegd voor de gezondheid in het verdere leven. De ontwikkeling van de darmflora speelt een sleutelrol in dit proces. Bij een volwassene bestaat de darmflora uit maar liefst 1,5 kilo microorganismen waaronder meer dan 2000 verschillende soorten bacteriën, schimmels en virussen. Als deze in verhouding zijn, ontstaat er een evenwicht waarbij de darmflora de spijsvertering ondersteunt, het immuunsysteem aanstuurt en gezonde stoffen produceert. Onderzoeken laten zien dat een ongunstige ontwikkeling van de darmflora in de eerste twee levensjaren gevolgen heeft voor de gezondheid op latere leeftijd. Kinderen die geboren worden via een keizersnede of flesvoeding krijgen, hebben bijvoorbeeld vaker last van allergieën. Tevens blijkt dat op latere leeftijd de darmflora minder vormbaar is dan in de kinderjaren. Het is dus noodzakelijk om de darmontwikkeling in de eerste 1000 dagen van het leven zo optimaal mogelijk te laten verlopen en daar kun je als ouder bij helpen.

In de buik van de moeder wordt het kindje afgeschermd tegen allerlei invloeden van buitenaf. Tot voor kort was de medische wereld ervan overtuigd dat de omgeving in de baarmoeder steriel is. Dit blijkt echter niet het geval te zijn. In de placenta, het vruchtwater en in navelstrengbloed zijn (resten van) bacteriën van de moeder teruggevonden. Deze bacteriën komen uit de mond, de vagina en de darm van de moeder en via de bloedbaan komen ze in aanraking met de baby. Deze allereerste blootstelling aan bacteriën lijkt een rol te spelen in de vorming van het afweersysteem van het kind. Hiermee wordt duidelijker dat de bacteriële flora van de moeder niet alleen tijdens de bevalling van invloed is op de baby (waarover later meer), maar dat deze dus al veel eerder een rol van betekenis speelt. Het is daarom belangrijk om tijdens de zwangerschap de verschillende flora’s in en op het lichaam zo gezond mogelijk te houden, bijvoorbeeld door het eten van gezonde voeding en eventueel het gebruik van probiotica.

De bevalling

Het doorgeven van de eerste bacteriën, ook wel het inzaaien van de darmflora genoemd, is belangrijk voor de latere gezondheid. Het helpt de ontwikkeling van overgewicht, eczeem, astma, allergieën en auto-immuunziekten voorkomen. Het inzaaien op zichzelf is niet heel complex. Je baby hoeft alleen maar op een natuurlijke manier geboren te worden, dat wil zeggen vaginaal. De baby krijgt dan veel gunstige lactobacillen en bifidobacteriën mee. Deze gunstige bacteriën kunnen optimaal alle voedingsstoffen uit moedermelk halen en helpen bij de ontwikkeling van het afweersysteem. Je kunt je voorstellen dat een geboorte door middel van een keizersnede ervoor zorgt dat je baby met andere bacteriën in aanraking komt, dan wanneer je kindje op de natuurlijke
manier ter wereld komt. Hiernaar is veel onderzoek gedaan en daaruit blijkt dat baby’s die via een keizersnede worden geboren een darmflora hebben die lijkt op de bacteriën die op de huid van de moeder leven. Ze missen daardoor een gedeelte van de gunstige lactobacillen en bifidobacteriën. De eerste maanden blijft dit verschil groot. Echter, na drie tot vijf jaar kan men op basis van de darmflora niet meer bepalen op welke manier een kind geboren is. Toch krijgen kinderen die via een keizersnede geboren zijn vaker last van gezondheidsproblemen. Dit kan erop wijzen dat gedurende de eerste maanden van het leven het immuunsysteem op een zodanige manier wordt afgesteld dat deze minder bevattelijk is voor het ontwikkelen van gezondheidsproblemen op latere leeftijd.

Wellicht is het noch mogelijk om na een keizersnede een gedeelte van de goede bacteriën aan het kind door te geven middels een ‘vaginale swap’. Dit houdt in dat een steriel doekje langs de vagina van de moeder wordt geveegd en daarna over het gezicht van de baby. Wetenschappelijk onderzoek laat nog tegenstrijdige resultaten zien op de lange termijn. Voorlopig is het dus een persoonlijke afweging van de ouders om dit al dan niet toe te passen na een keizersnede.

Borstvoeding, flesvoeding en vaste voeding

Naast de grote impact die de bevalling heeft op de aanleg van de darmflora, heeft ook de manier van voeden grote effecten op de darmontwikkeling van het kind. Moedermelk bevat een scala aan gunstige voedingsstoffen voor de baby en verandert mee tijdens de ontwikkeling van het kind. Het geven van moedermelk helpt overgewicht bij het kind op latere leeftijd voorkomen en beschermt tegen de ontwikkeling van allergieën en verschillende auto-immuunziekten, zoals astma en diabetes. Bovendien beschermt het de baby tegen infecties, doordat antistoffen via de moedermelk worden overgebracht. Tot slot ondersteunt moedermelk de darmrijping bij de baby gedurende de eerste
6 maanden, zodat de darmen na deze periode klaar zijn om vaste voeding te verteren. Ondanks dat er grote stappen worden gemaakt in de samenstelling van kunstvoeding, is het technisch helaas nog niet mogelijk om kunstvoeding dezelfde diversiteit aan gunstige nutriënten mee te geven. Het geven van borstvoeding heeft dus de voorkeur.

Maar wat nu als het geven van borstvoeding niet goed lukt? Dan is kunstvoeding uiteraard noodzakelijk, maar je kunt dan wel op een aantal dingen letten bij het kiezen van een voeding. Let goed op dat de melkpoeder geen toegevoegde suikers bevat, zoals maltodextrine. Daarnaast kunnen toevoegingen van prebiotische vezels, zoals GOS en/of FOS, omega-3 vetzuren en probiotica juist gunstig zijn voor de ontwikkeling van het kindje. Geitenmelk is makkelijker verteerbaar dan koemelk en kan daarom een goed alternatief zijn voor baby’s die darmproblemen krijgen van flesvoeding op basis van koemelk. Je hoeft niet te letten op vitaminen en mineralen, deze hoeveelheden zijn vastgesteld in de Warenwet en zijn voor alle kunstvoeding voor pasgeborenen hetzelfde.

Het immuunsysteem en de allergische mars

We staan constant in contact met de wereld om ons heen. Met name in de darmen, komen binnen- en buitenwereld heel dichtbij elkaar. Voeding en bacteriën worden daar van onze binnenwereld gescheiden gehouden door een dun laagje cellen, het darmslijmvlies. Het is dan ook logisch dat een groot gedeelte van ons immuunsysteem, ongeveer 80%, zich bevindt in de darmen. Het immuunsysteem van je baby heeft de aanwezigheid van goede bacteriën nodig om te leren waar het wel en niet op moet reageren. In de baarmoeder was dit proces al gestart en na de bevalling leert het immuunsysteem extra snel.

Het sterkste immuunsysteem ontwikkelt een kind op een ouderwetse boerderij. Je komt er in contact met verschillende micro-organismen en deze helpen om het afweersysteem goed af te stellen. Door een constante stroom aan kleine ‘beestjes’ waarmee je afweer op een boerderij in contact komt, is het niet zo snel meer onder de indruk. Sinds de Industriële Revolutie zijn mensen steeds schoner gaan leven. Voedsel bevat minder potentiële ziekteverwekkers, de hygiëne is verbeterd en de uitvinding van antibiotica zorgt ervoor dat we gemakkelijker ziekten kunnen overwinnen. Ondanks dat deze ontwikkelingen ons veel goeds hebben gebracht, hebben ze er ook voor gezorgd dat we een stuk minder in aanraking komen met allerlei soorten micro-organismen. Ons immuunsysteem is daardoor niet zoveel meer gewend. Wetenschappers hebben een trend ontdekt die zij de allergische mars noemen. Het gaat om verschillende allergieën die zich bij kinderen in een bepaalde volgorde kunnen ontwikkelen. De allergische mars begint tijdens de eerste 6 maanden, waarin duidelijk wordt dat een kind een koemelk- of kippenei-allergie heeft. Soms gaat dit gepaard met eczeem. De kans op een dergelijke allergie is groter bij kinderen die kunstvoeding krijgen, maar de allergie kan ook ontstaan bij baby’s die uitsluitend borstvoeding krijgen. Tussen de 1 en 5 jaar ontstaat er vervolgens een allergie voor stoffen in huis, zoals huisstofmijt of katten. Ergens tussen de 3 en 5 jaar komen daar ook allergieën voor pollen bij, zoals berken en grassen. Uiteindelijk hebben deze kinderen een grotere kans op het ontwikkelen van astma. Door de allergische mars in een vroeg stadium op te merken, kan er nog geprobeerd worden op de ontwikkeling van de darmflora en het afweersysteem bij te sturen. Bijvoorbeeld door middel van probiotica.

Naast fysieke factoren zoals de bevalling, het geven van (borst)voeding en de introductie van vaste voeding, hebben ook meer ongrijpbare zaken invloed op de (darm)gezondheid van je kind. Denk bijvoorbeeld aan knuffelen, huid-op-huidcontact en liefdevol praten. Een blije baby heeft een blij immuunsysteem en een blij immuunsysteem zorgt voor een gezonde darmflora.

Tot het tweede levensjaar

Nadat een kind zes maanden uitsluitend borstvoeding of kunstvoeding heeft gehad, kan er worden begonnen met de introductie van vast voedsel. Je kunt kiezen voor potjes en papjes, maar je kunt het ook aan je baby overlaten. Dit laatste wordt ook wel de Rapley methode genoemd. Bij deze methode bied je je kind verschillende soorten groenten, fruit en vlees aan in grote stukken. Het kind kan op deze manier zelf ervaren hoe voedsel voelt, ruikt en smaakt. Op latere leeftijd worden kinderen die op deze manier leren te eten getypeerd als ‘makkelijke eters’. Hoe groter je kindje wordt, hoe meer hij zal eten en hoe beter het verteerd zal worden door de darmen. Zeker in het begin is deze manier van voeden geen vervanging van borstvoeding of kunstvoeding. Je kindje zal zelf aangeven wanneer borstvoeding/flesvoeding afgebouwd kan worden.

Naast de bevalling, het geven van borstvoeding en de introductie van vaste voeding zijn er nog andere zaken die de ontwikkeling van de darmflora van je baby kunnen beïnvloeden. In de eerste 1000 dagen van het leven gaat het dan met name om het gebruik van antibiotica. Gelukkig worden Europees gezien, antibiotica in Nederland het minst verstrekt. Toch heeft 25 procent van de kinderen tot vijf jaar één of meerdere keren antibiotica gekregen. In veel gevallen gaat het dan om gebruik bij een (midden)oorontsteking, keelontsteking of bronchitis. Ondanks dat het soms noodzakelijk kan zijn om antibiotica te gebruiken, is een bekende bijwerking dat het de samenstelling van de darmflora verstoort. Er is een trend te zien waarin kinderen die op jonge leeftijd antibiotica krijgen, op latere leeftijd vaker last hebben van overgewicht, hooikoorts, astma en/of eczeem. Mocht het gebruik van antibiotica noodzakelijk zijn, dan is het zinvol zijn om tegelijkertijd de darmflora te ondersteunen met probiotica.

Na twee jaar is de darmflora min of meer stabiel en is de blauwdruk voor het verdere leven gelegd. Veranderingen van de darmflora zijn dan nog wel mogelijk, maar kosten meer tijd en energie. Voor een optimale start van het leven zijn de eerste 1000 dagen dus van cruciaal belang.

Dit artikel is gepubliceerd in het tijdschrift PURE CHILD, een baanbrekend magazine voor ouders & kinderen van 94 pagina’s, die 5x per jaar een vernieuwende kijk biedt op het begeleiden van kinderen in actuele thema’s. Daarnaast is PURE CHILD een educatief platform met blogartikels, video’s en live- events van én voor experten, coaches, ouders, leerkrachten en kinderen.

Wil je meer weten over wat je kunt doen bij verschillende zwangerschapskwaaltjes? Kijk dan naar mijn boek Zwanger Baby Boefje – Van zwangerschap tot gezonde peuter in 1000 dagen

Buikpijn bij kinderen behandelen met kruiden

Baby’s met darmkrampjes en buikpijn bij kinderen behandelen met kruiden

Buikpijn, bijvoorbeeld door het prikkelbare darm syndroom of een acute darminfectie, zijn een veelvoorkomend probleem bij (jonge) kinderen. Een aantal kruiden kunnen buikpijn bij kinderen mogelijk verminderen. Zoals het gebruik van kamille, pepermunt, venkel en tormentil.

Buikpijn kan leiden tot een verminderde kwaliteit van leven en verhoogde schoolabsentie. Ongeveer 10-25% van de schoolgaande kinderen en meer dan 50% van de kinderen die voor het eerst een bezoek brengt aan een kinderarts heeft functionele darmklachten. [1] Op basis van een beperkt aantal wetenschappelijke studies die zijn samengevat in twee wetenschappelijke publicaties en de kruidenmonografieën van de Europese Medicijn Agentschap (EMA), valt er een kleine selectie te maken van kruiden die effectief en veilig kunnen worden ingezet bij kinderen met darmklachten. [1–3]

Buikpijn of prikkelbare darm syndroom bij kinderen

Bij darmklachten kan gebruik van een specifiek kruidencomplex met negen kruiden (Iberogast) of pepermuntolie de duur en de ernst van de buikpijn verminderen. [1,2] Het middel kan al door kinderen van een paar maanden oud worden gebruikt (kijk voor de dosering op de verpakking). Daarnaast kan pepermunt (Mentha piperita folium) in de vorm van een thee of een 1:5 45-70% alcoholextract worden ingezet bij kinderen vanaf vier jaar met spijsverteringsproblemen en winderigheid. [3] Gebruik pepermunt niet als je kind ook last heeft van brandend maagzuur. [2] In dat geval kan kamille (Matricaria chamomilla) worden gebruikt bij een opgeblazen gevoel en darmkrampen. Kinderen vanaf zes maanden tot zes jaar gebruiken een thee van de bloemhoofdjes en nemen liever geen alcoholextract/tinctuur. [3] Neem bij aanhoudende klachten of klachten bij baby’s in ieder geval contact op met de huisarts of het consultatiebureau.

Diarree door een darminfectie

In vier studies met totaal 424 kinderen werden de effecten van verschillende kruidenmiddelen onderzocht bij kinderen met diarree door een darminfectie (gastro-enteritis). Een combinatie van appelpectine en kamille vermindert significant het aantal dagen met diarree en hoe vaak een kind naar de wc moet. Tormentil (Potentilla erecta) kan de duur van de diarreeklachten verminderen en de consistentie van de ontlasting verbeteren. [1] Bij diarreeklachten bestaat er bij kinderen een verhoogd risico op uitdroging. Gebruik van verdunde appelsap zou ingezet kunnen worden om de kans op uitdroging te verminderen bij milde diarreeklachten. [1] Ook hier geldt dat je het beste de huisarts kunt raadplegen als je baby diarree heeft. Hele jonge kinderen kunnen namelijk binnen 24 uur uitdrogen. Bij iets oudere kindjes is het belangrijk een arts te raadplegen als de diarree langer dan drie dagen aanhoudt, of de toestand van je kindje verslechterd in plaats van verbeterd.

Baby’s met darmkrampjes

Darmkrampjes zijn een van de meest voorkomende babykwaaltjes bij kinderen tussen de zes weken en vier maanden. Gebruik van kruiden is onderzocht in vijf wetenschappelijke studies met totaal 491 baby’s. Gebruik van venkel (Foeniculum vulgare) verminderde de tijd die baby’s na de voeding huilden. Venkel werd onder andere ingezet in de vorm van een thee. Bij vier van de vijf studies vonden de onderzoekers geen bijwerking van het kruidengebruik. In een studie werd melding gemaakt van overgeven, slapeloosheid en verstopping. [1] Er is veel controverse rondom het gebruik van venkel bij baby’s. Het Voedingscentrum raadt gebruik bijvoorbeeld af. Als je borstvoeding geeft kun je zelf venkelzaadthee drinken (3 koppen per dag), de ontkrampende stoffen komen zo in de moedermelk terecht zonder dat er schadelijke hoeveelheden toxische stoffen worden overgedragen op je kindje. [4] Zodra je kindje ouder dan 6 maanden is en bijvoeding krijgt, kun je gebruik van venkelthee overwegen en dit druppelsgewijs doseren (dus niet denken in kopjes of lepels, maar in druppeltjes).

Dit artikel is in aangepaste vorm gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Fytotherapie.

Referenties

  1. Anheyer D, et al. Herbal medicines for gastrointestinal disorders in children and adolescents: A systematic review. Pediatrics 2017:139(6):e20170062.
  2. Fifi AC, et al. Herbs and spices in the treatment of functional gastrointestinal disorders: A review of clinical trials. Nutrients. 2018 Nov; 10(11):1715.
  3. European Medicines Agency. HMPC monographs: Overview of recommendations for the uses of herbal medicinal products in the paediatric population, via https://www.ema.europa.eu/en/documents/other/hmpc-monographs-overview-recommendations-uses-herbal-medicinal-products-paediatric-population_en.pdf geraadpleegd op 11-12-2020.
  4. van Asseldonk, T. Venkel en anijs een gevaar voor de baby of een opkruipende vorm van stofjesdenken? via https://www.foodlog.nl/artikel/venkel-en-anijs-een-gevaar-voor-de-baby-of-een-opkruipende-vorm-van-stofjes/allcomments/asc/

Wil je meer weten over wat je kunt doen bij verschillende zwangerschapskwaaltjes? Kijk dan naar mijn boek Zwanger Baby Boefje – Van zwangerschap tot gezonde peuter in 1000 dagen

Alle dagen heel druk – Mogelijkheden bij ADHD

Ongeconcentreerd, impulsief en hyperactief gedrag, oftewel ADHD, is een complexe aandoening met zeer diverse symptomen. Volgens de officiële definitie bestaan er drie subtypen, het hyperactief-impulsieve type, het onoplettende type en een gecombineerde vorm. De diagnose wordt gesteld door een arts en gebeurt op basis van een lijst met symptomen en diverse vragenlijsten die beantwoord worden door het kind en de ouders. Wat volgt is een behandeling die gericht is op symptoombestrijding door middel van gedragstherapie in combinatie met medicatie. 1

Er heerst een grote controverse rondom het gebruik van de gebruikte medicatie, methylfenidaat (Ritalin en Concerta) en dexamfetamine, omdat langetermijneffecten van het gebruik onduidelijk zijn en er soms ernstige bijwerkingen optreden. Het is niet gek dat ouders op zoek gaan naar alternatieve therapieën. In dit artikel zal ik dieper ingaan op de verschillende factoren en lichaamssystemen die een rol spelen bij (het ontstaan van) ADHD en op welke manieren je een kind met ADHD kunt ondersteunen.

ADHD niet bagatelliseren

Kinderen en jongeren met ADHD kunnen maar moeilijk stilzitten en hebben soms moeite om zich te concentreren. Dit kan zorgen voor problemen in het dagelijks leven, bijvoorbeeld op school, bij het maken van huiswerk of het spelen met vriendjes. Ondanks dat we ons kunnen afvragen of de drang naar avontuur en een groot enthousiasme niet onnodig gemedicaliseerd wordt, mag ADHD niet gebagatelliseerd worden. Er is een grote hoeveelheid onderzoek gedaan dat wel degelijk veranderingen in de hersenen laat zien. Met name het dopaminesysteem in de hersenen, dat ook wel ons beloningssysteem wordt genoemd, werkt anders bij kinderen met ADHD. Ze hebben sterkere prikkels nodig om een voldaan gevoel te krijgen en gaan actief naar op zoek naar prikkels. ADHD gaat mogelijk daardoor vaker gepaard met agressief gedrag en een verhoogd (recreatief) drugsgebruik op latere leeftijd.

Controverse rondom medicatie

De werking van de voorgeschreven medicatie (met name methylfenidaat) berust op het beïnvloeden van het dopaminesysteem. Het stimuleert gedeelten van de hersenen. Gebruik van het medicijn verbetert op korte termijn de symptomen van ADHD bij 70 tot 80 procent van de gebruikers. Ongeveer een derde van de gebruikers krijgt echter last van bijwerkingen. Genoemde bijwerkingen zijn slapeloosheid, neerslachtigheid, groeivertraging en een verminderde eetlust. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor hart- en vaatproblemen en een verhoogde kans op suïcide.2

Deskundigen zijn het niet eens over de effecten van het middel op de lange termijn. In het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam is hiernaar onderzoek gedaan. In 2017 publiceerden de onderzoekers hun bevindingen. Hieruit blijkt dat kinderen die begonnen met methylfenidaat toen ze jonger dan 16 jaar waren, op latere leeftijd een verhoogde kans hebben op depressiviteit. Daartegenover staat dan ze minder drugs gebruikten op latere leeftijd dan kinderen die nooit medicatie gebruikten of pas begonnen na hun 23ste. Mensen die nooit medicatie hadden gebruikt, hadden beduidend ernstigere ADHD-symptomen. De controverse rondom medicatie blijft bestaan en het blijft onduidelijk of medicatie zinvol is en hoe het middel eventueel op een veilige manier gebruikt zou kunnen worden.3

Het immuunsysteem

Er zijn verschillende risicofactoren aanwijsbaar die het ontstaan van ADHD in de hand werken. Omgevingsfactoren zoals luchtvervuiling, blootstelling aan chemicaliën en zware metalen en het roken van de moeder tijdens de zwangerschap vergroten de kans op ADHD. Daarnaast speelt erfelijkheid een grote rol. Helaas blijken de betrokken genen maar moeilijk aanwijsbaar, wat kan komen door de complexiteit van de aandoening. Door de grote interesse in de link tussen de hersenen en de darmen (de hersen-darm-as) is duidelijk geworden dat ook de darmflora van invloed is op de ontwikkeling van ADHD.4

Er zijn verschillende immuunreacties gevonden die plaatsvinden, zowel tijdens de zwangerschap als in het vroege leven van het kind met ADHD (de eerste 1000 dagen van het leven). Kinderen met ADHD hebben in hun eerste levensjaren al geregeld last van een allergie. Met name koemelkallergie, huisstofmijt en pollen komt vaak voor. Er hoeft niet altijd sprake te zijn van een klassieke allergie, soms blijken kinderen intolerant te zijn voor verschillende voedingsmiddelen. ADHD gaat verder vaak samen met eczeem of astma. Dit duidt op een belangrijke rol van het immuunsysteem dat in de darmen afgesteld wordt tijdens de eerste fase van het leven.5,6

De hersen-darm-as

In verschillende studies is gevonden dat stress tijdens de laatste periode van de zwangerschap kan leiden tot een veranderde darmflora bij het kind. De darmflora van de kinderen van gestreste moeders bevat minder gunstige lactobacillen en bifidobacteriën. Daarnaast zijn deze kinderen op vroege leeftijd blootgesteld aan het stresshormoon cortisol. Hierdoor zijn ze gevoeliger geworden voor stress, wat terug te zien is in hun gedrag. Deze kinderen worden gekarakteriseerd als ‘prikkelbaar’ en hebben vaker last van angsten en depressie.7

Er zijn in het kader van ADHD verschillende mechanismen voorgesteld waarop de darmflora invloed kan hebben op de hersenontwikkeling en de hersenfunctie. De darmflora kan via het immuunsysteem signalen doorgeven aan de hersenen. Daarnaast kan de darmflora stoffen produceren die direct de hersenen kunnen bereiken. Ook kunnen darmbacteriën zenuwen in de buik stimuleren, die signalen doorgeven aan de hersenen. Als laatste kunnen onze darmbewoners de stressreactie beïnvloeden, waardoor cortisol vrijkomt dat een ongunstige invloed heeft op de hersenontwikkeling.4

Probiotica bij ADHD?

Omdat de darmflora zo een directe invloed lijkt te hebben op de hersenen, ligt het voor de hand om de mogelijkheden van probiotica bij ADHD te bekijken. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan die laten zien dat het gebruik van probiotica mogelijk zinvol kan zijn. Echter, omdat de aandoening complex is en door verschillende factoren veroorzaakt wordt, zijn ze niet altijd werkzaam. Mogelijk kan een ontlastingsonderzoek meer sturing geven aan het gebruik van probiotica. Een studie laat bijvoorbeeld zien dat het gebruik van een probioticum met bifidobacteriën gedrag kan verbeteren. Bij een aantoonbaar tekort aan bifidobacteriën in de darmen zou probiotica daarom een effect kunnen hebben.4

Een ander onderzoek toont aan dat het gebruik van Lactobacillus rhamnosus GG (LGG) in de eerste 6 maanden van het leven, de ontwikkeling van ADHD kan voorkomen.8 Ook in dit onderzoek zagen de wetenschappers een verminderde hoeveelheid bifidobacteriën in de darmen van kinderen die op latere leeftijd ADHD ontwikkelden. Op latere leeftijd werden de verschillen in de samenstelling van de darmflora tussen kinderen met en zonder ADHD alleen maar groter, waarna alle verschillen op 13-jarige leeftijd weer volledig verdwenen waren. Dit geeft aan dat er een kritiekpunt is waarop de darmflora een grotere impact heeft op het immuunsysteem en de hersenen.

Hoe eerder de probiotica gebruikt worden, hoe groter de kans is op een effect. Zodra de darmflora en het immuunsysteem afgesteld zijn rond het tweede jaar, is het moeilijker om een groter effect te bereiken. Een andere belangrijke factor waarmee de groei van bifidobacteriën gestimuleerd kan worden, is het geven van borstvoeding. Moedermelk is verreweg de beste voedingsbron voor deze gunstige bacteriën.

Diëten, hoe goed werken die?

Professor Huub Savelkoul van de Wageningen Universiteit & Research heeft samen met doctor Lidy Pelsser onderzoek gedaan naar de rol van de afweer en voeding bij ADHD. Zij stellen dat voeding een belangrijke rol speelt in de ernst van ADHD-klachten. Hier kan zowel een allergie als een voedselovergevoeligheid aan ten grondslag liggen.6 In een studie die in 2011 gepubliceerd is, toonden zij aan dat het gebruik van een strikt eliminatiedieet bij kinderen ADHD-symptomen kan verminderen. Gedurende 5 weken aten en dronken de kinderen alleen rijst, vlees, groenten, peer en water. Bij 64 procent van de kinderen waren de klachten aanzienlijk verbeterd na 5 weken.9

Het spreekt voor zich dat dit dieet niet langdurig gevolgd kan worden en dat het een uitdaging is om het dieet 5 weken vol te houden. Het is daarom aan te bevelen om dit dieet alleen te volgen onder begeleiding van een deskundige. Pelsser heeft in de loop van de jaren het dieet verder geoptimaliseerd en biedt dit nu aan in Eindhoven in haar Pelsser RED-centrum. Meer informatie kun je vinden op de website www.adhdenvoeding.nl

Er bestaan vele verschillende diëten die claimen werkzaam te zijn bij ADHD. Veelgenoemde diëten zijn het Feingold-dieet, een dieet zonder kunstmatige kleurstoffen, glutenvrij en caseïnevrij (of zuivelvrij). De wetenschappelijke onderbouwing voor deze diëten is echter niet altijd even sterk.

Southampton Six

In 2007 publiceerden wetenschappers van de universiteit van Southampton een onderzoek dat aantoonde dat de synthetische kleurstoffen tartrazine (E102), chinolinegeel (E104), zonnegeel (E110), karmozijn (E122), ponceau 4R (E124) en allurarood (E129), ook wel ‘de Southampton Six’ genoemd, hyperactief gedrag bevorderen. Er is echter vanuit de wetenschappelijke wereld veel kritiek geweest op deze studie. Vreemd genoeg is er sinds die tijd maar weinig vervolgonderzoek gedaan, wat betekent dat het onzeker blijft of deze synthetische kleurstoffen echt invloed hebben op gedrag. Hoogleraar Voeding en Gezondheid, Jaap Seidell, geeft aan dat naar schatting 8 procent van de kinderen met ADHD symptomen heeft die in verband gebracht kunnen worden met synthetische kleurstoffen.10 Het elimineren van deze stoffen lijkt dus het proberen waard.

Eliminatie dieet

Overige diëten laten beduidend minder overtuigende resultaten zien. Het meest bekende dieet bij ADHD, het Feingold dieet, elimineert niet alleen synthetische kleurstoffen, maar laat veel breder stoffen weg uit de voeding. Dit laat echter geen duidelijke meerwaarde zien ten opzichte van synthetische kleurstoffen alleen. Een grote analyse van de effecten van de verschillende diëten uitgevoerd door wetenschappers van de Universiteit Leiden en de Radboud Universiteit, geeft aan dat de effecten onderhevig zijn aan veel factoren. Als kinderen naast ADHD tevens last hebben van darmklachten, zou het glutenvrije en caseïnevrije dieet kunnen werken.11

Verder is het belangrijk om je te realiseren dat alle genoemde diëten niet bedoeld zijn voor langdurig gebruik, omdat de voedingspatronen niet volwaardig zijn. Langdurig gebruik kan resulteren in een tekort aan essentiële voedingsstoffen, waaronder vitaminen, mineralen en vezels. Ze dienen enkel toegepast te worden onder begeleiding van een deskundige, zodat er bekeken kan worden waar het kind daadwerkelijk last van heeft. Vervolgens kan op basis van deze gegevens een persoonlijk voedingsplan opgesteld worden.

Tekort aan voedingsstoffen

Waar de diëten zich met name richten op het uitsluiten van voedingsmiddelen, kan ADHD ook vanuit een andere invalshoek benaderd worden. Verschillende studies laten namelijk zien dat een tekort aan nutriënten een rol kan spelen bij ADHD-klachten. Belangrijke voedingsstoffen die genoemd worden, zijn de essentiële omega-3 en omega-6 vetzuren, ijzer, zink en magnesium.

Met name het omega 3-vetzuur DHA is belangrijk voor de opbouw van hersenweefsel. Er zijn aanwijzingen dat kinderen met ADHD een tekort hebben aan dit vetzuur en dat de omega 3/omega 6 balans is verstoord. Een studie liet zien dat een supplement met omega 3-vetzuren de vetzuurbalans kan herstellen en de beschikbaarheid van DHA in de hersenen kan verhogen.5 Omega 3 supplementen worden in verschillende vormen aangeboden. Een supplement uit krillolie lijkt effectiever te zijn dan een supplement met visolie.12

Van ijzer, magnesium en zink zijn er studies die aantonen dat een tekort aan deze nutriënten onder kinderen met ADHD geregeld voorkomt. Er werd tevens onderzocht of suppletie met de nutriënten een verbetering van de klachten laat zien. De studies zijn echter van matige kwaliteit en dit maakt het moeilijk om goede conclusies te trekken.13 Toch loont het de moeite om deze tekorten op te heffen met gerichte suppletie. Ook als het geen directe effecten blijkt te hebben op de ADHD-klachten, zal het toch de algehele gezondheid ten goede komen. Wat betreft de doseringen voor de nutriënten kan ik je niet direct een advies geven. De doseringen zijn namelijk afhankelijk van de leeftijd van het kind.

Referenties

  1. NHG-Standaard ADHD bij kinderen
  2. Methylfenidaat – Farmacotherapeutisch Kompas
  3. Brain Imaging Behav. 2018 Apr;12(2):402-410
  4. Eur Child Adolesc Psychiatry. 2017 Sep;26(9):1081-1092
  5. Pediatr Allergy Immunol. 2014 May;25(3):218-26
  6. Pediatr Allergy Immunol. 2009 Mar;20(2):107-12
  7. Semin Fetal Neonatal Med. 2016 Dec;21(6):410-417
  8. Pediatr Res. 2015 Jun;77(6):823-8
  9. Lancet. 2011 Feb 5;377(9764):494-503
  10. Seidell J, Halberstadt J. Jongleren met voeding.
  11. Eur Child Adolesc Psychiatry. 2017 Sep;26(9):1067-1079
  12. Altern Med Rev. 2007 Sep;12(3):207-27
  13. Pediatr Clin North Am. 2007 Dec;54(6):983-1006; xii

Dit artikel is verschenen in het tijdschrift Medisch Dossier

Wat als je kindje antibiotica nodig heeft?

Het gebruik van antibiotica heeft invloed op de ontwikkeling van de darmflora. Toch is een kuur met antibiotica niet altijd te voorkomen. Wat kun je doen om je kindje te ondersteunen als hij onverhoopt de medicijnen nodig heeft?

Gelukkig worden Europees gezien, antibiotica in Nederland het minst verstrekt. 25 procent van de kinderen tot 5 jaar heeft echter al één of meerdere keren een antibioticakuur gekregen. In veel gevallen gaat het dan om gebruik bij een (midden)oorontsteking, keelontsteking of bronchitis.1

Ondanks dat het soms noodzakelijk kan zijn om antibiotica te gebruiken, kan het invloed hebben op de ontwikkeling van de darmflora. Er is een trend te zien waarin kinderen die op jonge leeftijd antibiotica krijgen, op latere leeftijd vaker last hebben van overgewicht, hooikoorts, astma en/of eczeem.2 Soms is het onvermijdelijk dat een kind antibiotica nodig heeft. Je kunt dan een aantal dingen doen om de darmflora en de weerstand van de baby te ondersteunen.

Gebruik tijdens de antibioticakuur al probiotica speciaal voor jonge kinderen.

Wat te doen bij antibiotica

  • Gebruik tijdens en tot 2 weken na de antibioticakuur een probioticum speciaal voor baby’s en jonge kinderen. Geef het probioticum 2 uur vóór of ná het antibioticum. Het probioticum kan toegevoegd worden aan flesvoeding (afgekolfde melk of kunstvoeding) of je smeert het probioticum op de tepel als je borstvoeding geeft.
  • Zorg ervoor dat het kindje voldoende vitamine D binnenkrijgt. De aanbeveling is 10 microgram per dag. Ter ondersteuning van de weerstand is een dosering tussen de 15 en 20 microgram beter. De maximale, veilige dosering voor kinderen tot 1 jaar is 25 microgram per dag.
  • Ter ondersteuning van het immuunsysteem kan ook aanvullend vitamine C worden geven. Het Voedingscentrum geeft aan dat kinderen tussen de 20 (tot 1 jaar) en 25 (tot 2 jaar) mg vitamine C per dag nodig hebben. Tijdens ziekte kan de behoefte echter verhoogd zijn. Kies voor een supplement in poedervorm met een niet-zure vorm van vitamine C. De dosering is afhankelijk van de leeftijd van het kind en het voedingspatroon. Laat je hierover dus adviseren door een deskundige.